Archief - September 2005
September 2005
 
--> vaste rubrieken <--
--> sport <--
--> en verder <--
 

Uit de medische hoek

Medicijngebruik een zaak van huisarts én apotheek

Waarom kiest de ene huisarts bij een bepaalde aandoening voor medicijn X en de andere huisarts voor medicijn Y? En is het eigenlijk altijd nodig om meteen een recept uit te schrijven? Een paar keer per jaar praten alle huisartsen in de Achtse Barrier over dit soort onderwerpen, samen met de apothekers van het Gezondheidscentrum en Blixembosch. Ook nieuwe geneesmiddelen en actuele ontwikkelingen op het gebied van medicijngebruik komen in dit overleg aan bod.

In huisartsen- en apothekersland noemen ze deze vergaderingen ‘farmacotherapeutisch overleg’, kortweg FTO. Het FTO bestaat al heel lang en dat is ook best logisch, want huisartsen en apothekers hebben een nauwe band met elkaar. “De apothekersassistentes hebben vrijwel dagelijks met elke huisartsenpraktijk contact”, vertelt apotheker Paul Yoe (Apotheek Achtse Barrier). “Soms met de arts zelf, soms met een doktersassistente.” Het gaat dan meestal over doseringen, combinaties van medicijnen of bijwerkingen. Bij ingewikkelde zaken wordt de apotheker zelf geraadpleegd. Huisarts Esther Visscher (Huisartsenpraktijk Achtse Barrier) herinnert zich een bijzondere situatie waarin ze de hulp inriep van de apotheek. “Een patiente met een vrij zeldzame ziekte gebruikte een injectie met een bepaalde vloeistof die heel nauwgezet klaargemaakt moest worden. Ik dacht dat ik dit allemaal goed gedaan had, maar toch lukte het niet de vloeistof door de naald te spuiten. Paul heeft me toen geadviseerd en zelfs een videoband met uitleg gegeven. Zulke ondersteuning is heel belangrijk. En het is prettig dat we hiervoor vaste partners hebben.”

Praktijkvoorbeelden

Het overleg tussen de huisartsen en de apothekers kent een aantal vaste onderdelen. Er is altijd een hoofdonderwerp waarover uitgebreid gesproken wordt. Een paar voorbeelden uit eerdere bijeenkomsten zijn medicatie bij bloedarmoede, bij astma/COPD en bij slapeloosheid. Ook werd een overleg gewijd aan het voorschrijven van pijnstillers. Over zo’n onderwerp toetsen de artsen eerst hun kennis aan de hand van een vragenlijst. Daarna praten ze er met de apothekers over door, met behulp van praktijkvoorbeelden (‘Mevrouw A komt op het spreekuur met bepaalde klachten. Ze heeft al medicijnen voor een andere ziekte. Wat doe je?’). Ook wordt gebruik gemaakt van tabellen met zogenaamde prescriptiecijfers. “Daarop kun je aflezen welke huisartsenpraktijk in de wijk welke medicijnen voorschrijft bij een bepaalde aandoening. Ook kun je die cijfers vergelijken met het gemiddelde van alle Eindhovense praktijken. Op die manier zie je eventuele opmerkelijke verschillen”, leggen Paul Yoe en Esther Visscher uit. Het hoofdonderwerp wordt afgesloten met het maken van afspraken. Zo kan besloten worden om bij slapeloosheid langer te wachten met het voorschrijven van slaapmiddelen en in plaats daarvan patiënten nadrukkelijker te wijzen op andere oplossingen. Bij een volgend FTO bekijken huisartsen en apothekers samen of het doel – minder slaapmiddelen voorschrijven – wel of niet gehaald is en welke ervaringen opgedaan zijn.

Nieuwe geneesmiddelen

Tijdens elk overleg meldt de apotheker welke nieuwe medicijnen er op de markt zijn gekomen.“Het is belangrijk om die ontwikkelingen bij te houden, maar het betekent niet dat we die nieuwe geneesmiddelen meteen op grote schaal voorschrijven. Wij zijn daar als huisartsen erg bewust en relativerend mee bezig”, aldus Esther Visscher.
Waar wel snel op wordt ingespeeld, zijn veranderende inzichten over bestaande medicijnen. Paul Yoe geeft een voorbeeld: “Een tijdje geleden werd bekend dat een medicijn tegen hoge bloeddruk minder goed werkte dan was aangenomen. Er zaten geen risico’s aan, maar een ander middel was eigenlijk beter. In de apotheek konden wij voor de huisartsen een lijst uitdraaien met al hun patiënten die dit middel gebruikten. Op die manier wisten de artsen snel voor wie ze, bij een volgend recept, een ander medicijn moesten voorschrijven.”

Zonder recept

De ontwikkelingen rond medicijnen gaan snel, constateren huisarts Visscher en apotheker Yoe. Zo zijn steeds meer geneesmiddelen (o.a. zware pijnstillers en de morning-afterpil) zonder recept verkrijgbaar. Daarnaast worden patiënten vaker beïnvloed door reclame of hun omgeving. “Ze zien op tv iets tegen schimmelnagels en vragen ons dan om dat middel, niet wetend dat het een behoorlijk agressief medicijn is. Of mensen hebben een erg druk kind en willen dan, zonder dat er een behoorlijke diagnose is gesteld, een medicijn tegen ADHD.” Goede voorlichting blijft dus erg belangrijk. Met vragen over medicijnen kunt u daarom altijd terecht bij uw huisarts of apotheek.